Struiken, bomen en een her-en-der huisje schieten met 150 km per uur aan me voorbij. Mijn reisgezel in de vierzit bestaat uit twee franstalige Belgen, Bernice en mijzelf. Van de vier paar blauwe ogen staren en drie leeg voor zich uit; twee van vermoeidheid en één van verveling. Mijn eigen kijken waarschijnlijk ook glazig naar het beeldscherm en maken (te) regelmatig contact met de Belg tegenover mij. De trein rijdt verder en ontelbaar veel essen en sparren razen voorbij. De tel ben ik inmiddels kwijt en het incidentele dorp of de verloren boerderij in het uitgestrekte groen en geel van Wallonië en Frankrijk trekken mijn aandacht niet meer.
Is Nederland nou zo vol of zijn de deze landen juist zo leeg?Het grijs, wit, hout en metaal van Paris Charles de Gaulle doemt op. Ronden, ovalen en vierkanten vormen samen het moderne vliegveld. En ja, ook hier staat het bol van wachtrijen en veiligheidsmaatregelen. Na de incheck mogen we door naar de paspoortcontrole en de bagagecontrole. Bernice ‘piept’ door de poortjes, maar ik niet. ‘Ha!’, denk ik, ‘geen gedoe aan mijn lijf’. Blijkbaar had ik te vroeg gejuicht want mijn tas moest niet één maar twee keer door de scanner. ‘Vous avez une ordinateur dedans?’ Met sip gezicht en zachte, excusesmakende Franse woorden haal ik de laptop en ook de camera maar uit de tas. Uiteindelijk blijkt alles in orde en snellen we ons naar de gate. Geen smoothie, geen drankje, net tijd voor een plasje om vervolgens bij de gate te zien dat het boarden nog niet eens begonnen is.
Merde!Bij boarding moest Bernice, de controleboef, nogmaals gecontroleerd worden, maar daarna was he tdan toch zover. De vlucht die al lang geleden geboekt was, zou nu werkelijkheid worden! Onverwachte, maar leuke bijkomstigheid was vriendjes worden met Paul uit Manchester (Jaja, inclusief accent) en Carrie (nee, niet die) een USA resident hier in de SF bay area. Vele verhalen, tips, aanraders, afraders, accentimitatie en gelach later moesten we het vliegtuig uit. Wederom mocht B bij customs nog een keertje op extra controle, maar al snel na de laatste controle stonden we in down-town SF. Als backpackers versuft en verdwaald rond ons kijkende, werden we direct aangesproken door de ‘information manager’. Zo noemde deze drietandige en drievingere gekleurde zwerver zich. Met een aantal praktisch tips, c.q. loop niet door de grootste en gevaarlijke drugswijk Tenderloin heen maar er omheen, wees hij ons naar ‘the best hostel in San Francisco!’.
‘Now do I deserve a tip?’ – information managerMet een vermoeid lichaam, maar voldaan buikje (gevuld met pizza en bier) zitten we om 9 uur in het hostel. Vier landen en 21 reisuren later vragen we ons af wat we al geleerd hebben van onze kort tijd in de USA. Ten eerste is het heel normaal om met verguld zilveren gebit rond te lopen. Ten tweede zijn de Amerikanen verzot op het neerleggen van vloerbedekking; in de welkomsthal van het vliegveld, in de metro en in de hostels en tot slot is je homo-erotische voorliefde voor Jezus predikten op straat hier heel normaal. Kortom, binnen een dag van de boerderijtjes in Belgie en Frankrijk naar de straten in de Verenigde Straten, wat zou hier nog meer te leren zijn?
One nation under God, indivisible, with liberty and justice for all.