Wednesday, 30 June 2010

Freaks & Icons

Twee dagen vliegen voorbij. Twee hele vrolijke, ´trotse´ dagen. Een stad vol met regenboogvlaggen en opgewekte mensen. Alhoewel we onze trip met opzet geboekt hadden om bij dit event te zijn, had ik niet verwacht dat het zo groots zou zijn. Het is vergelijkbaar met Nederland in het opzicht dat het event een paar dagen beslaat. Echter, hier hebben ze verschillende ´marches´, een dyke marche en transgender en op zondagochtend (Ja, echt waar, de ochtend) de gay pride parade. Eén lange optocht van potten, poten en twijfelaars. De mensen in de parade zelf zijn uitbundig en laten zich horen, maar ook de massa langs de kant doet dat. Het is als het ware één grote reclame-optocht om meer rechten te krijgen, in de hoop dat de ‘freaks’ van vandaag de iconen van morgen zullen zijn.

‘Harvey Milk would have been proud’

Nadat we het feestgevoel verder hadden voorgezet op civic centre en daar met verschillende kleurrijke –soms naakte– figuren op de foto zijn geweest, besloten we in stijl met ons ‘smart Dutch thinking’, in het hostel een maaltijd te koken voor ons drie (Bernice, Rob en ik). Na een studentikoos pastaatje zijn we richting het Castro (lees: gay) District gegaan. Het halve district was autovrij gemaakt voor een gigantische ‘street party’. Waar we in Nederland in Amsterdam een straat hebben, gebruiken ze hier een hele wijk. Alhoewel het belacheljk groot is, kon je nog wel makkelijk lopen. Gelukkig maar, want met een bende gillende nichten wil je ook een ruzie krijgen ;) Verder was al snel duidelijk dat de ‘pride’ van de dag was meegenomen naar de avond en hier was een grote hoeveelheid alcohol aan tegevoegd, wat voor een aantal mensen nadelig heeft uitgepakt.

‘San Francisco Chronicle: Four people shot and critically injured during gay pride weekend’

De twee dagen daarna stonden vooral in het teken van planning (van hoe de reis verder zou gaan), afscheid van onze nieuwe vriend Rob, en verdere ontspanning (met name door wandelen door de stad). Blijkbaar zijn we ontspannen toeristisch dat de Amerikanen ons er zo uit kunnen plukken. We werden die maandag in het park aangesproken door een Amerikaan, die direct zijn halve levensverhaal vertelde over het ontmoeten van onze koningin. De Amerikaanse vrouw die daarbij stond vertelde ons enthousiast dat ze van Nederlandse afkomst was, maar dat ze geadopteerd was. Het lijkt typisch Amerikaans om altijd iets te zeggen over het land van je gesprekspartner, ook al is het niet zo zinnig. Ik kon het deze keer dan ook niet laten om het af te kappen met ‘What a great story!’.

‘The end’

Thursday, 24 June 2010

Bepakt en bezakt

Struiken, bomen en een her-en-der huisje schieten met 150 km per uur aan me voorbij. Mijn reisgezel in de vierzit bestaat uit twee franstalige Belgen, Bernice en mijzelf. Van de vier paar blauwe ogen staren en drie leeg voor zich uit; twee van vermoeidheid en één van verveling. Mijn eigen kijken waarschijnlijk ook glazig naar het beeldscherm en maken (te) regelmatig contact met de Belg tegenover mij. De trein rijdt verder en ontelbaar veel essen en sparren razen voorbij. De tel ben ik inmiddels kwijt en het incidentele dorp of de verloren boerderij in het uitgestrekte groen en geel van Wallonië en Frankrijk trekken mijn aandacht niet meer.

Is Nederland nou zo vol of zijn de deze landen juist zo leeg?

Het grijs, wit, hout en metaal van Paris Charles de Gaulle doemt op. Ronden, ovalen en vierkanten vormen samen het moderne vliegveld. En ja, ook hier staat het bol van wachtrijen en veiligheidsmaatregelen. Na de incheck mogen we door naar de paspoortcontrole en de bagagecontrole. Bernice ‘piept’ door de poortjes, maar ik niet. ‘Ha!’, denk ik, ‘geen gedoe aan mijn lijf’. Blijkbaar had ik te vroeg gejuicht want mijn tas moest niet één maar twee keer door de scanner. ‘Vous avez une ordinateur dedans?’ Met sip gezicht en zachte, excusesmakende Franse woorden haal ik de laptop en ook de camera maar uit de tas. Uiteindelijk blijkt alles in orde en snellen we ons naar de gate. Geen smoothie, geen drankje, net tijd voor een plasje om vervolgens bij de gate te zien dat het boarden nog niet eens begonnen is.

Merde!

Bij boarding moest Bernice, de controleboef, nogmaals gecontroleerd worden, maar daarna was he tdan toch zover. De vlucht die al lang geleden geboekt was, zou nu werkelijkheid worden! Onverwachte, maar leuke bijkomstigheid was vriendjes worden met Paul uit Manchester (Jaja, inclusief accent) en Carrie (nee, niet die) een USA resident hier in de SF bay area. Vele verhalen, tips, aanraders, afraders, accentimitatie en gelach later moesten we het vliegtuig uit. Wederom mocht B bij customs nog een keertje op extra controle, maar al snel na de laatste controle stonden we in down-town SF. Als backpackers versuft en verdwaald rond ons kijkende, werden we direct aangesproken door de ‘information manager’. Zo noemde deze drietandige en drievingere gekleurde zwerver zich. Met een aantal praktisch tips, c.q. loop niet door de grootste en gevaarlijke drugswijk Tenderloin heen maar er omheen, wees hij ons naar ‘the best hostel in San Francisco!’.

‘Now do I deserve a tip?’ – information manager

Met een vermoeid lichaam, maar voldaan buikje (gevuld met pizza en bier) zitten we om 9 uur in het hostel. Vier landen en 21 reisuren later vragen we ons af wat we al geleerd hebben van onze kort tijd in de USA. Ten eerste is het heel normaal om met verguld zilveren gebit rond te lopen. Ten tweede zijn de Amerikanen verzot op het neerleggen van vloerbedekking; in de welkomsthal van het vliegveld, in de metro en in de hostels en tot slot is je homo-erotische voorliefde voor Jezus predikten op straat hier heel normaal. Kortom, binnen een dag van de boerderijtjes in Belgie en Frankrijk naar de straten in de Verenigde Straten, wat zou hier nog meer te leren zijn?

One nation under God, indivisible, with liberty and justice for all.

Sunday, 20 June 2010

Zooi, bende en troep: een verhaal over de laatste dagen voor vertrek

De afgelopen weken stonden bol van drukte, in het bijzonder scriptiedrukte. Met veel zweet, mentale inspanning en een ernstige aanslag op mijn sociale netwerk is het gelukt. Twee weken te laat voor mijn eerste planning, maar twee dagen eerder dan mijn aangepaste planning is de eerste versie van de scriptie toch ingeleverd. Nu is er weer tijd, maar nog steeds niet genoeg. Tijd om in te pakken, maar ook tijd om lijstjes bij te houden met wat er nog gekocht en gedaan moet worden. Daar komt ook bij dat sommige spullen misplaats worden.

'Waar is toch die wereldstekker gebleven?'.

Met stofdoek in de hand begin je een deel van je kasten uit te ruimen. Je komt dingen tegen die je al lang geleden vergeten was en je komt zoveel zooi tegen dat je je überhaupt afvraagt waarom je ooit gezegd heb dat je eigenlijk heel weinig spullen en kleding hebt. Je schaamt je even diep voor je verwende Westerse levensstijl, maar besluit toch verder te gaan, want het moet. Er is teveel, je hebt geen idee wat er mee moet. Langzaam worden er stapeltjes gebouwd van kleren; t-shirts, broeken, sokken, boxers, toiletspullen. Al haastende nog een shirt strijken en daarna direct in je tas doen. De shampoo, zonnebrandcreme, tandpasta, lenzen, lenzenvloeistof verzamel je. Alles op de grond. Waar is de rest? Wat moet er nog meer mee? Waar is mijn zonnebril? Waar is dat handige pakschema? Het doel van de grote schoonmaak -om weer overzicht te krijgen- slaat z'n plank volledig mis. Het is een grotere bende dan eerst en je kan niks meer vinden.

'Waar is die nou toch wereldstekker? Als ik twee maanden in de USA wil overleven moet ik op z'n minst mijn camera en telefoon kunnen opladen!'

Langzamerhand verdwijnen spullen in dozen en tassen. Tot grote verbazing blijk je eigenlijk meer shirts, broeken en boxers -ja, zelfs de laatste- mee te willen nemen dan er in de tas past of dat qua bagagegewicht toegestaan is. Het proces van selectie is begonnen. Kleding wordt op bed uitgeplitst op 'favoriet', 'leuk, maar niet vaak gedragen' en 'misschien toch niet'. De overzichtelijkheid van het sorteerproces per kleding verdwijnt en wordt weer een warboel van scheve stapels kleren op bed. Snel loop je nog naar de kast om te kijken of je niks vergeten bent. Nee. Nee, echt niet. Je hebt alles en je bent er zeker van dat dit meegaat. Toch loop je nog even terug. Echt alles? Ja. Je draait je om en hoort een zacht gezoem. Je telefoon? Je telefoon! De chaos van overzichtelijkheid heeft je laatste sociale levenslijn bedolven. Je draait je om, loopt een paar keer door je kamer en gaat pontificaal onderuit, met als spreekwoordelijke ridder op het witte paard, je bed gehuld in wit beddengoed. Je draait je om en verwondert je waar je over viel.

'Ah, daar is die wereldstekker'