Saturday, 24 July 2010

24 uur: 1 reisverhaal

Stel je voor je zit in het buitenland of je zit buiten je eigen land in een land dat zo groot is, dat je het eigenlijk moeilijk kan bevatten. Er is meer te zien dan Kinderdijk, hunebedden en de grachten van Amsterdam, maar toch heb je geen idee waar je heen moet of heen wilt. Het klimaat is zo divers dat -is je wilt- je zelfs nog zou kunnen skiën in de zomer. Je kan er natuurlijk ook voor kiezen om je huid eraf te laten knisperen op een (sub)tropisch strand. Alles kan (voor zover je bankrekening toelaat), alles mag (voor zover de wet toelaat), maar toch weet je het niet. De overvloed aan keuzes zorgt er waarschijnlijk voor dat je geen idee meer hebt wat je wilt.

Ik weet het niet, ik weet het niet, ik weet het niet, ik weet het niet, IK WEET HET NIET!

Nadat je figuurlijk gestrand bent op het eiland der besluiteloosheid, besluit je in de ochtend een ticket, een auto en een hostel te boeken. Uiteraard niet naar iets dichtbij. Nee, zo ver weg mogelijk. De andere kant van het land leek ons de beste optie: Miami. Een 24 uur durende reis, waarvan één vliegreis bestaande uit twee vluchten (1 first class en 1 coach) en lang wachten op de overstap luchthaven. Aangekomen in Orlando (FL) bleek dat onze autohuur niet doorgegaan was omdat onze creditcards over hun limiet zaten. Veel gedoe en veel gepraat later (Amerikanen bij autoverhuur bedrijven blijken ook niet de meest competente) hadden we wel een auto gekregen van het verhuurbedrijf, maar deze was niet betaald (aldus onze boeker).

Als we hier nu wegrijden, zijn we dan dieven?

Half 12 geland en half 5 gingen we dan pas eindelijk weg met onze auto. Grote redder in het verhaal was mijn vader, wiens creditcard we konden gebruiken om de auto te huren. Met ons nieuwe auto –die ik liefkozend ‘gruwel’ noem- vertrokken we. In vergelijking met ons vorige auto ‘monster’, is deze een stuk slechter: geen cruise controle en geen automatische ramen. Gelukkig hadden we de Lady GaGa deluxe CD gekocht voor ons entertainment. Alle radiozenders draaien hier namelijk de hele dag dezelfde 15 nummers. Onze nieuwe Engelstalige GPS (Tracey i.p.v. Truus) was onze gids door dit nieuwe deel van het land. Na een nieuwe 5 uur kwamen we op plaats van bestemming… dachten we. Tracey had ons gestuurd naar Washington Drive, Miami. Blijkbaar is er hier een significant verschil tussen Miami en Miami Beach. Kortom, nog 20 extra minuten voordat we er waren.

Rah, rah, ah, ah, ah. Roma, roma, ma. Gaga, ooh, la, la. Want your bad romance

Aangekomen doken we de hostel bar in (welke voor een hostel echt super chill is). De eerste slok Corona voelt dan ook als een ‘Thankgodwearetherefinally!’ en de muziek als ‘Omgwatfijnomeensgeenamerikaanseradiotroeptehoren!’. We zijn er. We zijn er en voorlopig gaan we nog niet weg. Deze week is door ons dan ook officieus gebombardeerd als relax week: genieten van de zon, genieten van de rust, genieten van het strand.

We’re in Miami, Bitch!

Friday, 16 July 2010

Viva Las Vegas?

Een stad van casino’s, gokverslaving, (verloren) geld en in de zomer vooral een stad van warmte. In Las Vegas komen in die tijd de temperaturen met gemak boven de 100 graden Fahrenheit. Voor ons als Europeanen zegt dat natuurlijk niks en betekent het continu omrekenen, want who the fuck rekent er nou in Fahrenheit? Overigens komt het neer op 40 graden Celsius. Wij hadden zelfs het geluk dat er een ware hittegolf in aantocht was. Klaarblijkelijk heeft zelfs een woestijnstad hittegolven. Kortom, je stapt de bus uit en wordt direct geconfronteerd met 40+ temperaturen en schroeiend asfalt.

Bam!

Je besluit je te begeven naar ‘the Las Vegas Boulevard’ oftewel ‘The Strip’. Echter, om daar te komen moet je jezelf eerst manouvreren langs alle ‘information managers’, dat zijn in de regel zwervers die je de weg wijzen en om geld vragen. Of… ze spreken je aan en vragen alleen om geld. Het begint me hier overigens op te vallen dat Amerikanen goed zijn in praten, maar meestal praten ze over niks. Veel ‘how are you’-s en ‘where are you from’-s naar toeristen en onderling gewoon even lekker klagen over wat er op dat moment misgaat. Veel voorkomend zijn ook de licht schizofrene personen die standaard tegen zichzelf praten. Dat neemt niet weg dat er ook Amerikanen zijn die met hun praatje wel informatief zijn. Zo zijn we er meerdere keren opgewezen dat ons hostel zich bevindt in wat zij noemen ‘the naked city’. Een met zwervers,- en druggeinfesteerd deel van de stad waar je ’s avonds beter niet door kan lopen. (Hooray..). Aangevallen en beroofd worden blijkt daar heel ‘normaal’ te zijn.

Bam!

Uiteindelijk sta je dan in een casino en geniet van je van de airconditioning. Eigenlijk mag ik niet eens casino zeggen, omdat het een resort waarvan het casino onderdeel is. De rest wordt opgevuld met replica’s van Europese steden (Paris, New York), leeuwenkooien (MGM Grand) en de droomvlucht van de Efteling (Bellagio). Het ene resort is nog indrukwekkender dan de ander, of moet ik zeggen gekker? Gekgenoeg, is er wat betreft openbaar vervoer maar één echte buslijn die over ‘The Strip’ gaat en alle resorts met elkaar verbindt. Het grote nadeel hiervan is dat er bij ieder resort gestopt wordt en het dus tergend langzaam gaat om van ‘The Strip’ naar ‘The Naked City’ te komen. Daarbij komt helaas ook dat de weg volstaat met stoplichten en net op het moment dat de bus opgetrokken is (wat langzaam lijkt te gaan met automaten) er weer vol op de rem wordt getrapt.

Bam!

Door de temperatuur lijken de dagen in Las Vegas dan ook langzaam te gaan. Beter gezegd, je wordt er zelf motorisch langzaam van. Als verschrompeld veenlijk sleep je je gesmolten slippertjes over het asfalt en de betonblokken. Daarbij komt ook nog dat alles sowieso later begint (want in de avond is het pas enigszins draaglijk), waardoor je eigenlijk al uitgeleefd bent voordat de dag volgens LV standaarden pas net begonnen is. We hebben daarom de laatste anderhalve dag heerlijk doorgebracht aan het “zwaarbewaakte” (en uitsluitend voor gasten gereserveerde) zwembad van het Bellagio. De laatste avond was ik er, ondanks het geweldige Bellagio, klaar mee. De bus stond te wachten en we moesten gaan. Geen Las Vegas, geen ondraaglijke warmte en even geen ‘information managers’ meer. Dicht die deur.

BAM!

Wednesday, 14 July 2010

Roadtrip

Met de stad in onze rug, op weg naar de binnenlandse natuur. Twee –bijna drie– dagen rondlopen in het nationaal park Yosemite (spreek uit: yo – sem – i – tee). Schitterende vergezichten, hartslagverhogende dieptes en watervallen waardoor je je weer kinderlijk enthousiast voelt om buiten in de plas te gaan springen. Daar werd ik al gelukkig van, maar twee andere dingen ook, namelijk dat onze ‘rustic mountain lodge’ ook een eigen spa had met sauna en hottub had en dat de maaltijden met verse groenten en vers fruit bereid werden. Heerlijkheid!

PS onze gids was heet.

Na ruim een week was het toch tijd om afscheid te nemen van ‘the foggy city’ en we vertrokken daarom per auto (roadtrip!!) naar het zuiden om langs de Highway 1 pittoreske plaatsjes en kustgebieden als Monterey, Pebble Beach, Big Sur, San Luis Obispo en Santa Barbara op te zoeken. Om eerlijk te zijn was San Luis helemaal niet pittoresk en was er niks te doen. Het enige geweldige hieraan was dat we in de plaatselijke supermarkt opeens door een vrouw met Amerikaans-Nederlands accent werden aangesproken over de wedstrijd van Oranje.

‘Nederland heeft gewonnen!’ (Jaja, dat was de halve finale)

Aangekomen in Los Angeles hebben we een vriend (John) van Bernice opgewacht en met hem hebben we onze tijd in LA doorgebracht. Omdat we hier maar een aantal dagen zouden zijn, hadden we een drukke planning. In de regel kwam dat in de avonden neer op veel uitgaan en overdag hadden we andere activiteiten. Zo hebben we Santa Monica Beach (& Pier) bezocht, zijn we naar Six Flags Magic Mountain geweest (Omg, wat een geweldige achtbanen hebben ze hier!) en zijn we in onze wanhoop van een brug gesprongen nadat Nederland de finale had verloren. Wel met een elastisch koord om ons middel, want we hebben vanaf ‘the bridige to nowhere’ een geweldige bungeejump gemaakt!

Awesomeness!